|
Biologen
Ik heb ook een hekel aan biologen.
Ik ben anti-bioloog.
Biologen bemoeien zich overal mee en laten niks met rust.
Stel, er duikt onverhoopt in Twente een Mexicaanse renkoekoek op. Hup, daar
zit de trein naar Enschede al vol met biologen voorzien van camera's,
meetlinten en ergere dingen. En de renkoekoek kent geen moment rust meer,
vooral niet als ie gaat rennen. Als ie het waagt te gaat rennen krijgt ie
meteen van veraf een kalmerende injectie in zijn donder geschoten. De
biologen kunnen niet hebben dat ie gaat rennen want dan kunnen ze hem niet
bestuderen.
Nog erger is het soort biologen dat in opdracht van de TROS of de EO op de
poolcirkel in een lawaaiig voertuig op rupsbanden achter een ijsbeer aangaat
om de kijkers thuis te laten zien hoe natuurlijk een ijsbeer zich gedraagt
in de vrije natuur.
En dan heb je nog de biologen die bij voortduring zichzelf filmen, het
liefst met de armen om de ijsbeer heengeslagen. Zo langzamerhand gedraagt
geen enkel dier zich in de natuur meer natuurlijk. Ik ken al een Siberische
tijger die gaat pas op jacht als ie het snorren hoort van filmcamera's. Dat
is geen roofdier meer, da's een acteur.
Sommige mensen beweren dat natuurfilms leerzaam zijn, maar natuurfilms
hangen van bedrog aan elkaar. Neem alleen al die geruststellende stem onder
akelige filmbeelden. Je ziet een woeste leeuw die op een nietsvermoedend antiloophertje
afspringt en je vervloekt de Almachtige Schepper dat het zo
moet gaan, maar die stem zegt zoetsappig:
"Ogenschijnlijk is dit een dramatisch tafereel, maar de leeuw verricht
hier nuttig werk. De soort van de antilope kan blijven bestaan doordat de
leeuw de zwakkere exemplaren opruimt."
Nou heb ik menig documentaire bekeken maar die leeuw pakt wel degelijk de
gezonde exemplaren. En dat is logisch, die leeuw is sterk zat, die hoeft
zich niet te vernoegen met een antilope met bloedarmoede. Die lust geen gnoe
met bronchitis. Die leeuw die kijkt wel uit want dan krijgt ie die ziekte
zelf ook.
Kortom, biologen zijn grote leugenaars en als ze ergens niet geschikt voor
zijn is het voor de natuur. Eigenlijk zijn het gemankeerde kruideniers; het
tellen, wegen en meten zit ze in het bloed. vroeger bleef die liefhebberij
beperkt tot het ringen van kieviten, maar tegenwoordig zijn biologen alom
bezig met het oormerken van lieveheersbeestjes. Of ze springen met drie man
tegelijk om het weerloze dwergnijlpaardje om de lengte van de snorharen te
bepalen. Zonder biologen stond de natuur er een stuk beter voor.
Weg met de biologen.
Leve de natuur.
|